Navigatie

Stap 1 in het kort

In de inleiding beschrijf je de aanleiding voor het opstellen van beleid. Leg uit wat er binnen de instelling wordt bedoeld met het delen en hergebruik van open leermaterialen. Geef aan voor wie het beleidsdocument is bedoeld. In de verantwoording beschrijf je hoe het document tot stand is gekomen en wat ermee zal gebeuren.

Feedback gevraagd

Lees op de pagina Feedback gevraagd hoe je kunt bijdragen aan de inhoud van dit stappenplan.

Formuleer een inleiding voor het beleidsdocument

Aanleiding

Bepaal de scope van het beleidsdocument. In de rest van dit document gaan we voor de leesbaarheid uit van de scope van een instelling, maar het kan ook een faculteit of opleiding zijn.

Beschrijf in de inleiding van het beleidsdocument de aanleiding om beleid op te stellen voor het delen en hergebruik van open leermaterialen. Dat kan voor iedere instelling anders zijn. Ga na hoe de toepassing van open leermateriaal de reeds geformuleerde instellingsambities kan versterken. Ligt de focus van de instelling bijvoorbeeld op gepersonaliseerd leren, evidence-based education of blended learning?

Interne aanleidingen

Wellicht is er al sprake van informele initiatieven binnen de instelling voor het delen en hergebruik van open leermaterialen. Misschien is er al sprake van samenwerkingsinitiatieven met andere instellingen. Verwijs naar goede voorbeelden die al plaatsvinden binnen je instelling. Een aantal voorbeelden staat in de SURF-uitgave Good practices Open leermateriaal binnen vakcommunity’s.

Daarnaast kunnen financiële motieven een interne aanleiding zijn. Aan het vrij gebruiken van hoogwaardige open leermaterialen van anderen zijn immers geen kosten verbonden. Let wel, aan het beschikbaar maken van open leermateriaal zijn wel kosten verbonden, zoals voor het inrichten en onderhouden van onderwijsrepositories, (interne) kwaliteits- en auteursrechtelijke controles.

Externe aanleidingen

Een externe aanleiding om serieus werk te maken van een beleid voor de gehele instelling, is mogelijk de uitspraak van voormalig minister Jet Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Zij zei dat het delen en hergebruiken van open leermaterialen in het hoger onderwijs in 2025 vanzelfsprekend geïntegreerd moet zijn. Open onderwijs is een wereldwijde beweging met een sterke politiek component. Wellicht wordt de instelling geprikkeld door de visie van de Europese commissie in Opening up Education‘. Ook recente conferenties zoals OEC global conferenties en OER17 hebben het belang van wereldwijd open en online onderwijs voor het voetlicht gebracht.

In 2012 werd bij het 1e OER World Congress van UNESCO de Paris Declaration on OER opgesteld en gepubliceerd. In die Declaration worden overheden wereldwijd opgeroepen om leermaterialen die met publiek geld zijn gemaakt onder een open licentie beschikbaar te stellen voor iedereen en adoptie van OER te stimuleren. (R. Schuwer, 2017). Daaropvolgend is in 2017 bij het tweede OER World Congress in Ljubljana (Slovenië) een actieplan met aanbevelingen ondertekend: “OER for Inclusive and Equitable Quality Education: From Commitment to Action

Op nationaal niveau wordt gediscussieerd door Stichting Pro, VSNU en HO-instellingen hoe ongeoorloofd hergebruik van content derde partijen terug te dringen. Inzet van open leermaterialen en open accespublicaties, plus creatie van open textbooks kunnen in de nabije toekomst uitkomst bieden.

Jet Bussemaker

Jet Bussemaker

Het delen en hergebruiken van open leermaterialen moet in het hoger onderwijs in 2025 vanzelfsprekend geïntegreerd zijn.
Jet Bussemaker, voormalig minister van OCW

Breder perspectief

Veel experts uit de open onderwijsbeweging zijn het erover eens: het moment is daar om losse initiatieven op te schalen en toe te werken naar bredere adoptie binnen de instelling. Daarvoor is het zaak om het delen en hergebruik van open leermaterialen in een breder perspectief te plaatsen. Het gaat dan om motieven als doelmatigheid en een kwaliteitsverbetering van het onderwijs.

Het moment is daar om losse initiatieven op te schalen en toe te werken naar bredere adoptie binnen de instelling.

Bronnen

  1. Publicatie Waarom Open Educational Resources?

    De special interest group (SIG) Open Education verzamelde mogelijke motieven om open leermaterialen te delen en te hergebruiken.

    Wat zijn motieven om het wel te delen en hergebruiken?

    • Verbeteren studiekeuzeproces
    • Verhogen studierendement en studenttevredenheid
    • Onderwijs op maat en niveaudifferentiatie
    • Continue kwaliteitsverbetering
    • Profilering, branding (van individuele instelling en NL HO)
    • Werving van getalenteerde studenten en medewerkers
    • Een leven lang flexibel leren
    • Kennisvalorisatie
    • Docentprofessionalisering
    • Kostenbesparing en efficiency
    • Delen als kernwaarde van de wetenschap
    • Internationalisering
    • Samenwerking met bedrijfsleven / arbeidsmarkt
    • Katalysator van innovatie
    • Nieuwe doelgroepen
    • Education for all
    • Hogere kwaliteit
    • Meer tijd over voor contact met student
    • Snellere, goedkopere productie bij hergebruik
    • Vergroting onderwijs aanbod (ook keuze-onderwijs)
    • Internationalisering, globalisering van onderwijs
    • Self directed learning, personalised learning
    • distance learning
    • Flexibilisering
    • Open science, dus ook open onderwijs

    Wat zijn motieven om het niet te delen en hergebruiken?

    (de ‘koudwatervreeslijst’)

    • Verdienmodellen zijn niet helder: wie betaalt de rekening?
    • Rendement is nog niet bewezen.
    • MOOC’s zijn vaak nog ‘didactisch arm’ (verlengde van F2F onderwijs).
    • MOOC’s zijn vooral een vorm van reclame en spekken de commercie.
    • Het hoger onderwijs heeft andere prioriteiten (prestatieafspraken, bezuinigingen etc.).
    • De wetgeving staat de ontwikkeling van open online onderwijs in de weg.
    • Er is geen geschikt Nederlands platform om open leermateriaal of open cursussen te delen.
    • Er is weerstand om te delen (“ik ga niet investeren in iets waar anderen mee aan de haal gaan”).
    • Auteursrechten en open licenties zijn lastig.
    • Kwaliteit en betrouwbaarheid van open online onderwijs zijn lastig te beoordelen.
    • Het is een oerwoud.
    • Gratis = inferieur.
    • Kwaliteit is niet vastgesteld, niet te controleren
    • Er is een oerwoud aan vindplaatsen, te tijdrovend
    • “Not made here”
    • Angst van docent om controle te verliezen
    • Extra werk: zoeken, kwaliteit beoordelen, herontwerp onderwijsmateriaal
    • Angst om overbodig te worden als docent
    • Er zijn geen beloningen voor publiceren van OER
    • Privacy niet gewaarborgd
    Bron "Waarom Open Educational Resources?" openen
  2. Publicatie De Waarde(n) van Weten. Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek 2015-2025

    “Mijn ambitie is dat in 2025 alle docenten aan Nederlandse HO-instellingen hun onderwijsmateriaal open beschikbaar stellen (Open Access Hoger Onderwijs) en dat we daarmee een voortrekkersrol in de wereld vervullen. Optimale benutting van de digitale mogelijkheden is essentieel om het hoger onderwijs van goed naar excellent te brengen, waarbij iedere student het beste uit zichzelf haalt, talent wordt uitgedaagd en achterstanden worden verkleind.” Aldus minister Jet Bussemaker op pagina 30 van de Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek 2015-2025. Het vrij delen van onderwijsmaterialen moet de standaard worden in het hoger onderwijs. Deze externe aanleiding kan voor veel instellingen dé aanleiding zijn om werk te maken van beleid voor het delen en hergebruik van open leermaterialen.

    Bron "De Waarde(n) van Weten. Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek 2015-2025" openen
  3. Publicatie Doordacht digitaal

    De Onderwijsraad pleit voor een duidelijke visie op doordacht gebruik van ICT in het onderwijs. In het advies benadrukt de raad herhaaldelijk het belang van open leermaterialen. De raad suggereert een aantal beleidsmaatregelen om het beschikbaar stellen van leermaterialen te stimuleren, waaronder zorg dragen voor:

    • een goede infrastructuur,
    • afspraken over metadatering,
    • investeren in de creatie van open leermaterialen,
    • opzetten van een systeem om kwaliteit van het materiaal te beoordelen.

    Bestaande facilitering uitwerken

    Onder het kopje ‘Bouw bestaande facilitering van open leermiddelen verder uit’ (bron 124 t/m 127 in de tekst) schrijft de raad:

    Er is behoefte aan krachtiger ondersteuning van het ontwikkelen, delen en bewerken van open leermiddelen. Die rol kunnen bestaande publieke organisaties op zich nemen die zich richten op onderwijsinnovatie en ICT.

    Het beoordelen van aanvragen en het toekennen van budgetten voor ontwikkeling van open leermiddelen kan krachtiger worden aangepast. Daarnaast is het van belang dat vergelijkbare ideeën of plannen voor het openonderwijsdomein uit het veld worden gebundeld.

    Daarnaast zou er een centrale onlinedatabase beschikbaar moeten zijn met informatie over en materialen voor digitalisering in het onderwijs. Deze centrale database zou ook metadata moeten bevatten, onder andere over de onderwijsdoelen en het niveau van elk onderdeel in de database.

    In de centrale database zou ook een beoordeling van de kwaliteit van open leermiddelen opgenomen kunnen worden.

    Bron "Doordacht digitaal" openen
  4. Tool Readiness checklist

    De OER Adoption Pyramid van G. Cox en H. Trotter maakt de instelling bewust van waar zij staat. Ben je al klaar om te starten met open leermaterialen? Is het moment van implementatie daar, of moeten er eerst nog andere zaken worden geregeld? Voor welke volgende stap is het nu tijd?

    Bron "Readiness checklist" openen
  5. Publicatie De waarde van open en open als waarde

    Het lectoraat OER van Fontys Hogescholl deed in 2016 onderzoek naar adoptie van delen en hergebruiken van open leermaterialen en cursussen in en door instellingen voor bekostigd hoger onderwijs. Dit onderzoek is mede gefinanceerd door SURF.

    Wat zijn de aanleidingen om met delen en hergebruiken van open leermaterialen aan de slag te gaan? Vaak is dat het realiseren van een hogere kwaliteit van vooral campusonderwijs, blijkt uit het onderzoek. Openheid maakt het mogelijk om meer flexibiliteit te realiseren en didactische mogelijkheden te vergroten, doordat er meer leermaterialen beschikbaar zijn. Zie pagina 11 van deze bron.

    Bron "De waarde van open en open als waarde" openen
  6. Interview Inholland: Efficiëntere onderwijspraktijk

    Inholland: Efficiëntere onderwijspraktijk

    Vanuit het oogpunt van efficiëntie is de huidige onderwijspraktijk bij Hogeschool Inholland niet ideaal ingericht. Dat zegt informatiemanager onderwijs en onderzoek Ton Gloudemans. Hij noemt daarvoor drie redenen:

    1. Omdat het onderwijsmateriaal dicht bij de docent blijft, loopt de continuïteit gevaar. Vertrekt de docent, dan blijft de hogeschool met lege handen achter.
    2. Studenten zijn minder tevreden over de informatievoorziening. Dit komt onder andere omdat er per onderwijseenheid een andere manier is om bij het onderwijsmateriaal te komen.
    3. Kwaliteitsborging is ingewikkeld, omdat er geen overzicht is over het onderwijsmateriaal in de instelling. In het geval van een accreditatietraject moeten kwaliteitszorgmedewerkers veel moeite doen om alles boven water te krijgen.

    Doelstellingen van buitenaf

    Dit zijn voldoende interne prikkels om het delen en hergebruik van open leermaterialen actief te stimuleren, aldus Gloudemans. Dit zou bijdragen aan een efficiëntere inrichting. Een externe prikkel is voor Inholland de uitspraak van het ministerie van OCW dat instellingen in 2025 hun onderwijsmateriaal open moeten publiceren. Gloudemans: “Dat zijn doelstellingen waar we wat mee moeten.”

    Complicerende factor

    Hij signaleert dat de drive vanuit docenten om leermaterialen te delen of te hergebruiken nog géén interne prikkel is. “Dat is een complicerende factor. Docenten vinden het makkelijk om zelf de regie te voeren op het onderwijsmateriaal. Ze zijn minder gericht op de noden van de opleiding of instelling als geheel. Ze letten veel meer op het vormgeven van het leerproces en dat brengt een specifieke context voor het onderwijsmateriaal met zich mee.”

    Bron "Inholland: Efficiëntere onderwijspraktijk" openen
  7. Interview UvA: Logisch onderdeel van innovatie

    UvA: Logisch onderdeel van innovatie

    Het Centre for Innovation and Learning and Teaching (CILT) van de UvA is bezig om grootschalige onderwijsvernieuwing te stimuleren en faciliteren, met de nadruk op blended learning. Dat was de aanleiding voor Peter van Baalen, hoogleraar Information Management and Digital Organisation, en vice-provoost Etienne Verheijck om goed na te denken over het openen van het leermateriaal. Verheijck zegt: “Dit gaat hoe dan ook op ons pad komen, was bij ons de gedachte. We ondersteunen docenten om hun onderwijs opnieuw vorm te geven. Hoe faciliteren we dan meteen dat er open wordt gedeeld en hergebruikt?”

    “Hoe open willen we onze onderwijsmaterialen delen? Wat betekent open eigenlijk voor ons?”

    Formeel regelen

    De op handen zijnde onderwijsvernieuwing was dus aanleiding om het delen en hergebruik van open leermaterialen formeel te gaan regelen. Er komen nogal wat vragen bij kijken. Verheijck somt op: “Wat regelen we op het gebied van infrastructuur en auteursrechtelijke problemen? Hoe open willen we onze onderwijsmaterialen delen? Wat betekent open eigenlijk voor ons?” Hij maakte een ronde langs Nederlandse hogeronderwijsinstellingen om te zien wat er al bestond op het gebied van beleid voor het delen en hergebruik van online leermaterialen. Niet veel, zo bleek. Voor CILT was dat de aanleiding om dan zelfstandig beleid te formuleren voor een ontwikkeling die in de ogen van de UvA niet kon uitblijven.

    Bron "UvA: Logisch onderdeel van innovatie" openen
  8. Interview UU: Onderwijsvernieuwing en breder delen

    UU: Onderwijsvernieuwing en breder delen

    Vanuit Educate-it, het onderwijsvernieuwingsprogramma van de Universiteit Utrecht, wordt sterk ingezet op blended learning. In het strategisch plan voor 2016-2020 belooft de universiteit de studenten een inspirerende en uitdagende leeromgeving. Leermateriaal is hierin digitaal en open beschikbaar. Binnen Educate-it wordt al gewerkt aan een repository voor onderwijsmaterialen. Bij blended learning en flipping the classroom is het vanzelfsprekend dat het leermateriaal altijd beschikbaar is. Allemaal interne prikkels om beleid te creëren voor het delen en hergebruik van open leermaterialen.

    Bestaande praktijk van delen formaliseren

    Een tweede aanleiding voor de UU is dat er een bestaande, informele praktijk van delen bestaat. “Tussen collega’s binnen een opleiding, departement of faculteit wordt wel gedeeld,” zegt Rogier Schumacher, faculty liaison Geesteswetenschappen bij de Universiteitsbibliotheek Utrecht. “Er vindt ook wat ‘grensverkeer’ plaats, zoals tussen geneeskunde en biologie. Maar het delen verloopt via USB-sticks, mailtjes en de DLO. Bovendien blijft het materiaal tussen medewerkers ‘hangen’.” Net als bij hogeschool Inholland is de gedachte dat een meer geformaliseerde manier van delen leidt tot meer beweging en efficiëntie.

    “Het ligt voor de hand om het onderwijsmateriaal uit de facultaire silo´s te halen, zodat het vanzelfsprekender wordt dat het circuleert”

    Meer onderwijs over faculteiten heen

    Vanuit het onderzoek wordt bij de UU sterk ingestoken op vraagstukken die een interdisciplinaire samenwerking vereisen, zoals klimaatverandering. Ook in onderwijsverband is er steeds meer contact tussen faculteiten. Zo verzorgen de faculteiten REBO (Recht, Economie, Bestuur en Organisatie) en Geesteswetenschappen gezamenlijk een programma waarin filosofie, politicologie en economie worden gecombineerd. Schumacher: “Dat grensverkeer heeft implicaties voor ons onderwijs. Het ligt voor de hand om het onderwijsmateriaal uit de facultaire silo´s te halen, zodat het vanzelfsprekender wordt dat het circuleert.”

    Didactische vormen delen

    Hergebruik van open leermaterialen leidt tot meer synergie over departementen en faculteiten heen. Docenten zouden bijvoorbeeld meer didactische modellen kunnen uitwisselen. Schumacher: “Ik kan me voorstellen dat docenten niet alleen op basis van inhoud gaan delen. Zo heeft een docent hier een ‘Spel van de Gouden Eeuw’ ontwikkeld als werkvorm binnen zijn onderwijs. Dat is als didactische vorm mogelijk ook elders toepasbaar.”

    ‘In het kader van public engagement proberen we onze kennis met de samenleving te delen”

    Open science

    De universiteitsbibliotheek van de UU heeft sterk ingezet op open access, vanuit het grotere raamwerk van open science. Dat proces wordt inmiddels breder gedragen binnen de instelling. Schumacher kan zich ook voorstellen dat open leermaterialen worden meegenomen in deze ontwikkeling.
    “Het strategisch beleid is gericht op het openen van de universiteit naar de maatschappij toe,” zegt hij. “In het kader van public engagement proberen we onze kennis met de samenleving te delen. Zo´n beleid vormt ook een goed kader om ons leermateriaal meer open te maken dan het tot nu toe is.”

    Bron "UU: Onderwijsvernieuwing en breder delen" openen
  9. Weblog Ljubljana OER Action Plan 2017, een analyse en beschouwing

    In deze blogpost blikt Robert Schuwer terug op de conferentie inclusief het ondertekende actieplan: OER for Inclusive and Equitable Quality Education: From Commitment to Action.

    Het actieplan is erop gericht om de vijf gesignaleerde barrières te slechten:

    1. Beperkte vaardigheden van gebruikers en beperkingen in tools om OER te vinden, te gebruiken, te maken en te delen;
    2. Taal en cultuur issues;
    3. Beperkingen in inclusieve en gelijke toegang tot hoge kwaliteit OER;
    4. Te weinig zicht op (business) modellen om OER duurzaam te publiceren en gebruiken;
    5. Te weinig aandacht voor adoptie van OER in beleidsondersteuning.
    Bron "Ljubljana OER Action Plan 2017, een analyse en beschouwing" openen
Rogier Schumacher

Rogier Schumacher

Het strategisch beleid is gericht op het openen van de universiteit naar de maatschappij toe. In het kader van public engagement proberen we onze kennis met de samenleving te delen. Zo´n beleid vormt ook een goed kader om ons leermateriaal meer open te maken dan het tot nu toe is.

Definities

De lezersgroep van het beleidsdocument is divers (zie punt 3: doelgroep). Niet alle lezers zullen alle definities over het delen en hergebruik van open leermaterialen kennen. Neem in het beleidsdocument daarom een beschrijving op. Waar hebben we het over en waarover niet?

Open Educational resources

Binnen deze publicatie gebruiken wij het begrip open leermaterialen als een Nederlandse vertaling van open educational resources (OER). Open leermaterialen zijn leermaterialen die online vrij beschikbaar zijn voor (her)gebruik. Het kopiëren, bewerken en verspreiden van het materiaal is onder voorwaarden toegestaan. De belangrijkste vormen zijn presentaties, artikelen, video’s, weblectures voordrachten, instructies/ tutorials, onderdelen van een vak, formatieve toetsen, gehele cursussen en foto’s/ afbeeldingen. Onder open leermaterialen vallen ook open online cursussen, zoals MOOC’s waarvan de leermaterialen onder een open licentie beschikbaar zijn.

Open Educational Practices

Ook Open Educational Practices (OEPs), het delen en hergebruiken van open leermaterialen in een onderwijscontext, beschouwen we als open leermaterialen en nemen we mee in dit stappenplan.

Open Education

Open education of open onderwijs behandelen we níet in dit stappenplan. Dit is een zeer breed begrip, waaronder allerlei zaken vallen die veel breder zijn dan alleen het beleid rond het delen en hergebruiken van open leermaterialen.

Bronnen

  1. Artikel kennisbank SURF Begrippenkader online onderwijs

    Het SURF Begrippenkader online onderwijs beschrijft een aantal kernbegrippen op het gebied van open leermaterialen. Naast beknopte definities, die vaak zijn afgeleid van internationaal gangbare definities, is er een toelichting beschikbaar. Ook wordt verwezen naar bronnen voor meer informatie. Van het begrippenkader bestaan twee versies. Wij kiezen hier voor de versie die toelichtingen bevat.

    Bron "SURF Begrippenkader online onderwijs" openen
  2. Visualisatie Wat zijn open leermaterialen?

    Hoe maak je van losse leerobjecten leereenheden die je kunt inzetten in je onderwijs? Hoe gebruik je ze in het curriculum of in bestaand materiaal? Daarvoor moet je met het open leermateriaal aan de slag. Deze visualisatie brengt de verschillende gebruiksvormen in kaart. Bron: Trendrapport Open Educational Resources 2012, pagina 4.

    trendrapport+OER+2012

    Bron "Wat zijn open leermaterialen?" openen

Doelgroep

Maak helder voor wie het beleidsdocument is geschreven. Wie moeten er iets van vinden? Van wie wordt welke (re)actie verwacht? Wie gaan er straks mee aan de slag? Uiteindelijk zullen dat de mensen zijn die onderwijs geven, ontwikkelen of ondersteunen. Houd in het achterhoofd dat het beleidsdocument antwoord moet geven op de vragen die bij hen spelen. Het beleid moet dus niet alleen een visie formuleren en beargumenteren, maar ook duidelijk maken hoe die visie zich vertaalt in de onderwijspraktijk van alledag.

Voor wie is het beleidsdocument geschreven? Wie gaat er straks mee aan de slag?

Onderscheid tussen soorten doelgroepen

De doelgroepen van het beleidsdocument zijn grotendeels andere dan de doelgroepen van open leermaterialen. De laatste zijn de mensen die je met het gebruik van open leermaterialen wil bereiken. Dat zijn onder andere studenten, die uiteindelijk de gevolgen van het nieuwe beleid ondervinden. Daarnaast bieden open leermaterialen de mogelijkheid om nieuwe doelgroepen voor je onderwijs te bereiken. Dit kan een aanleiding zijn om beleid te ontwikkelen rond het delen en hergebruik van open leermaterialen.

Stakeholders

Ten slotte is het belangrijk om in het achterhoofd te houden wat de reikwijdte is van het document dat je oplevert. Ga voor jezelf na welke doelgroepen je wil opnemen in je beleidsdocument. Denk daarbij aan docenten, studenten, bibliotheekmedewerkers, ICT-experts, Onderwijsadviseurs, ….

Is er sprake van een (toekomstig) samenwerking met andere instellingen om bijvoorbeeld leermaterialen te delen? Dan moet dat in het beleid passen. Bedenk dus niet alleen vóór wie je het beleid maakt, maar ook mét wie je (in de toekomst) met open leermaterialen aan de slag gaat.

Verantwoording

In de verantwoording geef je aan hoe het beleidsdocument tot stand is gekomen. Wie is de opdrachtgever? Welke personen en afdelingen zijn betrokken geweest bij de totstandkoming? Realiseer je dat je het stuk waarschijnlijk met meerdere mensen schrijft. Definieer deze interne partijen, zoals docenten, medewerkers van de bibliotheek, de ICT-afdeling, et cetera.

Totstandkoming

Hoe is het document ontwikkeld? Zijn er bijvoorbeeld workshops georganiseerd binnen de instelling? Zijn er gesprekken geweest met andere instellingen? Wie heeft zich erover uitgesproken? Ook geef je in de verantwoording kort aan hoe het nu verder gaat. Wat gaat er met het document gebeuren? Voor wie heeft het beleid consequenties? Wie zijn er verantwoordelijk voor de realisatie van het beleid?

Bronnen

  1. Tool Visieversneller, Kennisnet

    De Visieversneller van Kennisnet is een instrument voor PO, VO en MBO om in korte tijd een gezamenlijke en gedragen visie te ontwikkelen op de inzet van ICT in het onderwijs. Het geeft instructies voor het organiseren van workshops en het verwerken van de resultaten. De methodiek van de Visieversneller is ook goed toepasbaar op het HO. De Visieversneller werkt met voorgedefinieerde stellingen, die niet specifiek over het onderwerp open leermaterialen gaan. Inhoudelijk vraagt het gebruik van de Visieversneller dus wel om aanpassingen. Je zou deze Visieversneller kunnen ter inspiratie kunnen gebruiken bij het ontwikkelen van je eigen visie-ontwikkelingsinstrument.

    Bron "Visieversneller, Kennisnet" openen