Navigatie

Stap 4 in het kort

Zorg ervoor dat de docent de meerwaarde kent. Beschrijf hoe de instelling delen en hergebruik faciliteert. Wat voor infrastructuur is er beschikbaar? Hoe worden docenten juridisch en onderwijskundig ondersteund? Hoe kunnen zij zich verder professionaliseren op dit vlak?

Feedback gevraagd

Lees op de pagina Feedback gevraagd hoe je kunt bijdragen aan de inhoud van dit stappenplan.

Formuleer activiteiten die je in het kader van delen en hergebruik wil uitvoeren

Het stimuleren van het delen en hergebruik van open leermaterialen

Beschrijf in het beleidsdocument hoe de instelling het delen en hergebruik van open leermaterialen door medewerkers zal stimuleren. Het instellen van incentives is daarvoor niet voldoende. Een docent is niet over te halen als hij de meerwaarde er niet van inziet. Meestal is er al een gesloten praktijk van delen; sluit daarbij aan. Laat een docent zien wat hij ermee te winnen heeft om breder te delen, bijvoorbeeld niet alleen met collega’s, maar met alle docenten die hetzelfde vak geven.

In deze video vertellen Anka Mulder (Vice President Education & Operations, Executive Board) en Martijn Ouwehand (Product Manager Open Education) over hoe het delen van open leermaterialen binnen de TU Delft is georganiseerd en hoe het wordt gestimuleerd richting docenten.

Nicolai van der Woert (Senior Consultant Innovation) vertelt in onderstaande video hoe UMC’s samenwerken op het gebied van hergebruik van open leermaterialen binnen het nationaal platform medischonderwijs.nl. Daarnaast gaat hij vooral in op de database met onderwijsmaterialen die Radboudumc zelf heeft ontwikkeld, waar zowel docenten als studenten gebruik van maken.

Bewustwording creëren

Onder het stimuleren valt het creëren van bewustwording. Met name bewustwording op het gebied van hergebruik is over het algemeen een ondergeschoven kind. Beschrijf in het beleidsdocument hoe de visie van de instelling breed bekend wordt gemaakt bij alle medewerkers. Benadruk daarbij de reikwijdte van openheid die de instelling voor ogen heeft. Geef duidelijk aan welke doelstellingen er worden nagestreefd met het delen en hergebruik van open leermaterialen. Gebruik de statements uit stap 2 om de docenten te prikkelen. Creëer ook bewustwording bij de docenten. Op welke ondersteuning kan hij rekenen? Weet hij waar hij daarvoor moet zijn? Betrek de afdelingen communicatie en marketing nauw bij het ontwikkelen van beleid om delen en hergebruik te stimuleren.

Meestal is er al een gesloten praktijk van delen; sluit daarbij aan.

Ambassadeurs

Indien er voorlopers voor delen en hergebruiken van open leermaterialen aanwezig zijn binnen de instelling, geef hen dan een rol als boegbeeld binnen in het kader van bewustwording. De ervaring leert dat het stimuleren door enthousiaste individuen meer zoden aan de dijk zet dan puur inzetten op beleid (al zal de praktijk om een combinatie van beide vragen). Betrek deze docenten in de rol van ambassadeurs. Zij kunnen de meerwaarde van het hergebruik en delen voor de opleiding concreet maken.

Pilots

Voer samen met de ambassadeurs pilots uit. Hiermee kun je in het klein experimenteren. Je krijgt zo meer inzicht in welke uitdagingen er nog liggen bij de implementatie. De pilots kunnen goed gebruikt worden bij de promotie van open leermaterialen.

MOOC’s

Het publiceren van MOOC’s is een middel om het proces te versnellen. Een MOOC maakt voor de docent concreet wat het open delen van leermaterialen doet. En dit kan een aanleiding zijn om binnen de instelling het gesprek over openheid te gaan voeren. Een top-down benadering werkt niet, maar een lichte dwang om de docenten te bewegen om minimaal één MOOC te volgen, is het proberen waard.

Bronnen

  1. Interview Kweken van bewustwording

    Kweken van bewustwording

    Het kweken van bewustwording vindt aan de UvA trapsgewijs plaats. Etienne Verheijck schrijft vanuit zijn rol als vice-provoost van CILT een notitie voor het College van Bestuur van de UvA. De notitie moet hen bewust maken van de mogelijkheden en uitdagingen rondom open leermaterialen. “Naar verwachting onderschrijft het CvB de inhoud van de notitie, omdat het wordt gedragen door het onderwijs zelf,” zegt hij. “In het ideale plaatje wordt een instellingsvisie vastgesteld en krijgen wij een opdracht terug. Daarin staat hopelijk dat CILT het verzoek krijgt om de decanen en onderwijsdirecties meer bewust te maken van wat het open delen en hergebruiken van leermaterialen betekent en waar de kwaliteitswinst voor het onderwijs en de faculteit zit. Hun commitment voor het openen van onderwijs is noodzakelijk om tot de gewenste cultuurverandering en een duurzame inbedding te komen.”
    Van bovenaf moet het nut en de noodzaak gevoeld worden, van onderaf moeten dus docenten bewust worden van de kansen die open leermaterialen bieden. Verheijck: “Van bovenaf bewustwording creëren, is relatief eenvoudig, omdat de lijntjes wat korter zijn. Het bereiken van de docenten is een grotere uitdaging.”

    “Het commitment van decanen en onderwijsdirecteuren voor het openen van onderwijs is noodzakelijk om tot de gewenste cultuurverandering en een duurzame inbedding te komen.”

    Zendingswerk

    CILT organiseert een serie bijeenkomsten waar aandacht wordt gevraagd voor de consequenties van het open aanbieden van onderwijsmaterialen. “Wat zijn je voordelen en nadelen? Hoe willen we hier als organisatie mee omgaan?” somt Verheijck op. “Dat is de bewustwording die we op centraal niveau willen bereiken. Daarnaast zal er nog veel zendingswerk moeten plaatsvinden op facultair niveau.” Het CvB moet ervoor zorgen dat de decanen actief gaan nadenken wat de faculteiten willen doen rondom open leermaterialen. Het statement ‘open waar het kan’ moet op facultair niveau worden geëxpliciteerd.

    Meerwaarde

    Verheijck noemt het vooral van belang dat docenten zich bewust worden van de meerwaarde. “Vandaar ook de inbedding in blended learning. We laten zien dat het meerwaarde heeft om je eigen onderwijs open aan te bieden. Je kunt gebruikmaken van andermans open materiaal dat je in je eigen onderwijs kunt inzetten. Op het moment dat die bewustwording er is, wordt het meer natuurlijk om het te doen. Er zijn nu nog grote verschillen tussen faculteiten in de mate van bewustwording.”

    Bron "Kweken van bewustwording" openen
  2. Publicatie De waarde van open en open als waarde

    Docenten geven in het onderzoek aan dat het beleid rondom delen en hergebruik hen duidelijkheid moet geven over de meerwaarde (what’s in it for me?). Daarnaast moet de benodigde capaciteit (in tijd) beschikbaar zijn. De inspanningen op het gebied van online onderwijs moeten worden gewaardeerd. Ook is er een veilige ruimte nodig om te mogen experimenteren. Dat betekent dat docenten niet moeten worden afgestraft als ze een foutje maken bij het delen of hergebruik van leermateriaal.

    Ondersteuning is een must, maar niet doorslaggevend

    Ondersteuning op het gebied van juridische zaken, onderwijskundige begeleiding, infrastructuur en ICT is onontbeerlijk. Tegelijkertijd geven de docenten aan dat alleen de aanwezigheid van beleid ze niet over de streep zal trekken structureel materialen open te delen en te hergebruiken.

    Dwang is uit den boze

    Maatregelen om delen en hergebruiken te stimuleren moeten uitgaan van de autonomie van de docent; dwang is uit den boze. Schuwer en Janssen doen twee aanbevelingen op het gebied van stimuleren: maak de meerwaarde duidelijk aan docenten en zorg voor ondersteuning vanuit de instelling: op ICT-gebied, juridische en onderwijskundige aspecten, facilitering in tijd, aanwezigheid van een veilige experimenteerruimte en een ondersteunende infrastructuur.

    Feedback is cruciaal

    Andere relevante conclusies uit het onderzoek: Cruciaal is het ontvangen van feedback op gedeelde materialen. Organiseer dit en/of faciliteer communityvorming. Speel in op de motieven van de docent om met open leermaterialen te werken, zoals studentvoordeel en efficiency. Zie pagina 15 en verder.

    Weerstand in kaart brengen

    Eén van de manieren om het delen en hergebruik van open leermaterialen te stimuleren, is door eerst de weerstand in kaart te brengen en die vervolgens in de aanpak bewust één voor één te tackelen. Bekende argumenten tégen zijn al vaker in kaart gebracht, onder andere door Schuwer en Janssen. Zie pagina 35 en verder.

    Bron "De waarde van open en open als waarde" openen
  3. Blogpost Voor het delen en hergebruik van leermaterialen kan een beetje dwang van bovenaf geen kwaad

    “Verplicht docenten om zoveel procent hergebruikt materiaal in hun onderwijs op te nemen.” Dat zegt Peter Becker, docent informatiemanagement aan de Haagse Hogeschool. Wat hem betreft ligt de oplossing wèl in een licht dwingend instellingsbeleid. “Zo verander je de mindset.”

    Bron "Voor het delen en hergebruik van leermaterialen kan een beetje dwang van bovenaf geen kwaad" openen
  4. Blogpost Denkmodellen voor open en online onderwijs

    Robert Schuwer beschrijft in deze blogpost twee denkmodellen die hij zelf gebruikt om hogeronderwijsinstellingen te helpen bij het bepalen van motieven om in te zetten op open en online onderwijs. In het eerste model worden als voorbeeld je de eigen ambities koppelen aan de bijdragen die open en online onderwijs hieraan Destijds stonden in de blogpost de prestatieafspraken centraal in plaats van de eigen ambities.

    Welke vormen?

    Het tweede model kan worden gebruikt door instellingen van hoger onderwijs om te bepalen welke vormen van open en online onderwijs kunnen bijdragen aan behalen van instellingsdoelen.

     

    Bron "Denkmodellen voor open en online onderwijs" openen

Docenten faciliteren

Doe een uitspraak over of en op welke manier de docenten door de instelling worden gefaciliteerd bij het delen en hergebruik van open leermaterialen. Dit moet passen bij wat men binnen de instelling gewend is. Waarschijnlijk hangt het dus samen met het basisbeleid en de strategie. Denk onder andere na over het volgende. Is de ondersteuning lokaal of centraal geregeld? Hoe is de financiering geregeld? Weten docenten waar ze moeten zijn en welke route ze moeten volgen als ze met open leermateriaal aan de slag willen? Dit laatste punt is ook een belangrijk onderdeel van het creëren van bewustwording.

Etienne Verheijck

Etienne Verheijck

Van bovenaf moet het nut en de noodzaak gevoeld worden, van onderaf moeten dus docenten bewust worden van de kansen die open leermaterialen bieden. Van bovenaf bewustwording creëren, is relatief eenvoudig, omdat de lijntjes wat korter zijn. Het bereiken van de docenten is een grotere uitdaging.

Checklist

Onder het faciliteren van docenten vallen onder andere de activiteiten:

  • Copyright clearance: zie stap 4.3 Juridische activiteiten.
  • ICT-ondersteuning: een randvoorwaarde om leermaterialen te delen en hergebruiken is een goede, laagdrempelige infrastructuur. Zie stap 4.4 Infrastructuur.
  • Professionalisering: een instelling die van docenten verwacht dat zij online leermaterialen delen en hergebruiken, moet die docenten ook in staat stellen om vaardigheden op dit gebied te ontwikkelen. Leg vast welke vormen van training en professionalisering de instelling op het gebied van open leermaterialen aanbiedt.
  • Content curation: dit is het verzamelen en beoordelen van geschikte materialen. Voor de meeste docenten schept het vertrouwen als een expert of collega een blik op het materiaal heeft geworpen en er zijn goedkeuring aan heeft gegeven. Anders kost het de docent vaak te veel schaarse tijd om te bepalen of iets geschikt is. Vervolgens kan de docent bepalen of het leermateriaal past in zijn onderwijscontext. Content curation zou een geschikte rol zijn voor de bibliotheken. Zie stap 5 voor de rollen van de bibliotheken.
  • Onderwijskundige ondersteuning: denk hierbij aan meedenken over en zoeken naar geschikt materiaal en meedenken over de beste manier om het in te zetten binnen de context van het vak. Zie stap 5 voor de rollen van onderwijsexpertisecentra.
  • Samenwerking binnen en buiten de instelling faciliteren.

Bronnen

  1. Publicatie Rapport ondersteuning SURFnet
  2. Presentatie Onderzoek content curation Nicolai

    Ervaringen bij de Radboud UMC met adoptie van open leermaterialen werden gepresenteerd door Nicolai van der Woert (Radboud UMC) op de SURF SIG OE netwerkdag over adoptie van open leermaterialen.

    Docenten hebben doorgaans te weinig tijd om zelf in de omvangrijke jungle van open onderwijsmateriaal op zoek te gaan; bovendien vereist dit speciale kennis. Om de drempels voor hergebruik weg te nemen is een content curation onderzoek uitgevoerd: selecteren op basis van criteria, ordenen in hapklare brokken, en ontsluiten/publiceren via een gebruikersvriendelijke website. Daarvoor zijn student-assistenten ingezet. Uit 14000 stuks open onderwijsmateriaal bleef slechts 19% aan geschikt materiaal over, waarvan naar schatting 3-7% ook echt zal worden hergebruikt in het curriculum. Een heleboel ‘ruis’ is dus verwijderd en docenten kunnen direct zinvol aan de gang met passende kleine collectie.

    Ondersteuning vanuit bibliotheek en onderwijsadviseurs blijkt echter cruciaal om uiteindelijk van ‘los’ onderwijsmateriaal te komen tot geïmplementeerde “Open Educational Practices”. Tevens wordt binnen de vakcommunity van UMC’s nagedacht over een landelijke samenwerking, om de workload en de ervaringen te delen.

    Bron "Onderzoek content curation Nicolai" openen
  3. Publicatie Rapport Kwaliteit van open leermaterialen

    Dit onderzoek is uitgevoerd door Robert Schuwer in opdracht van SURF. Wil je de kwaliteit van open leermateriaal zichtbaar maken? Zorg dan voor een adequate beschrijving van het leermateriaal en de context waarvoor het leermateriaal geschikt is. Maak de waardering van het materiaal zichtbaar door community’s van gebruikers hun oordeel over open leermateriaal te laten geven. Een andere, indirecte manier om de kwaliteit weer te geven, is de reputatie van de instelling die open leermaterialen publiceert.

    Als het van Harvard komt, zal het wel goed zijn.

    Bron "Rapport Kwaliteit van open leermaterialen" openen
  4. Publicatie Good practices Open leermateriaal binnen vakcommunity's

    SURF verzamelde zes praktijkvoorbeelden die laten zien waarom vakcommunity’s een veelbelovende context zijn voor het uitwisselen van open leermaterialen. Op pagina 29 staat een aantal leerpunten:

    • Fragmentatie en schaarste van leermaterialen vormt vaak de aanleiding om open leermaterialen te delen en te hergebruiken.
    • Vakcommunity’s maken graag basismateriaal voor generieke basiskennis die bruikbaar is voor meerdere instellingen. Ook veel gedeeld wordt juist specifiek materiaal voor kleine opleidingen, waar instellings-overstijgende samenwerking van belang is om de opleiding up-to-date te houden.
    • Een vakcommunity komt niet zomaar van de grond. Subsidie kan het startpunt zijn geweest van de geïnstitutionaliseerde samenwerking. Een projectsetting biedt de benodigde investering en organisatiestructuur om de samenwerking op te starten.
    • Voor een actieve community zijn face-to-face-bijeenkomsten noodzakelijk.
    • Het is een uitdaging om de community na het project in stand te houden. De stap naar een duurzame cultuur van delen is nog veelal onbekend terrein.
    • Een breed gedragen doel helpt.
    • Sommige communities vinden het wenselijk om op één platform een repository te combineren met andere voor het onderwijs benodigde applicaties, bijvoorbeeld voor het samenstellen van toetsen.
    • Het advies van de ervaringsdeskundigen luidt: begin gewoon, maar houd het klein en overzichtelijk.
    Bron "Good practices Open leermateriaal binnen vakcommunity's" openen
  5. Tool Quality benchmark voor MOOC's

    Op de website OpenUpEd stellen de open universiteiten in Europa een quality benchmark voor MOOCs beschikbaar. Dit kwaliteitsinstrument neemt een groot aantal aspecten mee op instituutsniveau, zoals management, curriculum, en ondersteuning. Dit is in tegenstalling tot veel andere evaluatie-instrumenten, die zich primair richten op de cursus, didactiek en inhoud.

    Bron "Quality benchmark voor MOOC's" openen
  6. Toolkit Workshop Toepassen vormen van open onderwijs

    De SIG (special interest group) Open Education ontwikkelde een toolkit voor het organiseren van een workshop met docenten over open onderwijs binnen de instelling. Wie de mogelijkheden van open onderwijsvormen goed kent, is beter in staat om bij het ontwerp van het onderwijs een onderbouwde, optimale keuze te maken. Hiervoor is basiskennis nodig over de vormen die men kan kiezen. De toolkit bevat de volgende materialen:

    • Een draaiboek. Hierin is alle informatie te vinden die van belang is om de workshop te organiseren. (Beschikbaar als .pdf, .docx en .odt)
    • Een cursushandleiding “Basics van open”. Deze handleiding is bestemd voor degenen die een basiscursus over openheid in het onderwijs zelfstandig willen bestuderen. (Beschikbaar als .pdf, .docx en .odt)
    • Slides “Workshop Toepassen open onderwijs”. Deze slides kunnen worden gebruikt bij de workshop en aangepast aan de eigen situatie. (Beschikbaar als .pptx)
    • Een tweetal inspiratiemodellen.
    Bron "Workshop Toepassen vormen van open onderwijs" openen
  7. Workshop/Toolkit De adoptieversneller voor open onderwijs

    Maak kennis met de adoptieversneller voor open online onderwijs.

    Wereldwijd zijn vele goede open onderwijsmaterialen gratis beschikbaar zoals Open Educational Resources, Open Courseware, Open Textbooks en MOOCs. Echter, hergebruik bij onderwijsontwikkeling en inbedding van Open Educational Practices in bestaande curricula gaat nog niet hard.

    In de SIG Open Education constateerden we dat het hoger onderwijs behoefte heeft aan een gedegen workshop over adoptie van open online onderwijs. Daarom is de adoptieversneller ontwikkeld waarin de benodigde expertise en mogelijke aanpakken rondom de 7 thema’s aan bod komen:

    • basiskennis open onderwijs
    • content curation
    • ondersteunende diensten
    • community vorming
    • Open Educational Practices
    • beleid en
    • organisatieontwikkeling.

    Met de adoptieversneller workshop leer je werken met een toolkit rond verschillende aspecten van adoptie, zodat je de uitkomsten direct kan toepassen binnen je eigen instelling.

    Bron "De adoptieversneller voor open onderwijs" openen

Juridische activiteiten

In het (algemene) instellingsbeleid is vastgelegd hoe de instelling met het auteursrecht op onderwijsmateriaal omgaat. Voor het bewustzijn kan het verstandig zijn om hierover een paragraaf in het beleid voor het delen en hergebruik van open materialen op te nemen. Het belangrijkste is dat de auteursrechten voor alle betrokkenen duidelijk zijn. Dat is niet alleen om overtredingen te voorkomen; de angst voor fouten kan mensen weerhouden om open leermaterialen te gebruiken en te delen. Daarnaast moet ook rekening worden gehouden met zaken als portretrecht en privacy, bijvoorbeeld wanneer opnames van colleges open worden gedeeld.

Auteursrecht bij delen

In de cao van hogeschooldocenten staat dat het eigendomsrecht bij de instelling ligt. De cao van universiteitsdocenten biedt iets meer flexibiliteit, in de zin dat werkgever en werknemer hierover aanvullende afspraken kunnen maken. Vaak weten/beseffen docenten dit niet.

Leg in het beleidsdocument een eenduidig standpunt vast over het auteursrecht van leermaterialen die binnen de eigen instelling zijn ontwikkeld. Leg vast onder welke licentie deze aan wie beschikbaar worden gesteld. Dat wil niet zeggen dat er binnen de hele instelling maar één type Creative Commons-licentie mag worden gebruikt. Wel moet worden bepaald welk type licentie bij welke type werk hoort.

Delen aan de TU Delft

Bij de TU Delft hangt de CC-licentie af van het type werk, vertelt Martijn Ouwehand, product manager Open Education. “Het uitgangspunt van de TU Delft is om materialen open te delen. Voor onderwijsmaterialen is na interne discussie en besluitvorming gekozen om hier een beperking op te leggen wat betreft commercieel gebruik. De gebruikte licentie hiervoor is CC BY NC SA. Ondersteunende materialen gemaakt door de supportstaf, zoals presentaties, handleidingen, factsheets, heeft deze beperking niet en is beschikbaar met een CC BY licentie.”

Martijn Ouwehand

Martijn Ouwehand

Bij het kiezen voor een CC-licentie maken wij een onderscheid tussen onderwijsmateriaal en ander of op zichzelf staand materiaal.
Martijn Ouwehand, TU Delft

Auteursrecht bij hergebruik

Leg vast dat bij hergebruik altijd rekening wordt gehouden met de Creative Commons-licentie waaronder het materiaal beschikbaar is gesteld. Dit veronderstelt kennis van de verschillende licenties bij docenten. Het zou een onderdeel van een professionaliseringsprogramma moeten zijn. Zorg altijd voor ondersteuning op het vlak van auteursrecht omdat het een complex vakgebied is. Wijs binnen de instelling een persoon of instantie waar deze rol zal worden belegd. Zie ook stap 5.

Copyright clearing

Copyright clearing is het proces waarin wordt gecontroleerd of het betreffende materiaal onder een open licentie gepubliceerd mag worden. Voordat een docent open materiaal kan hergebruiken of aanpassen aan de eigen onderwijscontext, moet hij of zij kunnen beoordelen of dat mag. Een Creative Commons-licentie geeft hierover direct duidelijkheid. Als geen open licentie wordt aangetroffen, kan materiaal vaak alleen worden gebruikt nadat er expliciete toestemming is gegeven door de maker.

Een Creative Commons-licentie geeft direct duidelijkheid of open leermateriaal mag worden hergebruikt of aangepast aan de eigen onderwijscontext.

Aansprakelijkheid

Naast de juridische ondersteuning moet de aansprakelijkheid in het beleidsdocument worden beschreven. Leg vast wat de procedure is als er een claim komt, doordat een docent een fout maakt met het auteursrecht van een ander. Bepaal in hoeverre de aansprakelijkheid bij de docent wordt weggehouden. Beschrijf ook of en hoe de instelling is afgedekt in het geval van fouten.

Bronnen

  1. Publicatie Verkenning: opschaling van open en online onderwijs. Regelgeving en aandachtspunten

    Deze SURF-verkenning identificeert de belangrijkste randvoorwaarden en regelgeving die voorkomen bij de opschaling van open en online onderwijs. Er wordt ook toegelicht toe hoe instellingen ze in de praktijk toepassen. Hoofdstuk 6 gaat in op het online ontsluiten van auteursrechtelijk beschermde leermaterialen. Docenten denken soms onterecht dat het auteursrecht van zelfgemaakt leermateriaal bij hen ligt.

    De eigendomsrechten van extern materiaal zijn niet altijd bekend. Docenten denken vaak dat het veel tijd kost om dit uit te zoeken. Bij open materiaal is echter meteen duidelijk onder welke Creative Commons-licentie het materiaal beschikbaar is gesteld. Zie pagina 22.

    Bron "Verkenning: opschaling van open en online onderwijs. Regelgeving en aandachtspunten" openen
  2. Tool Stappenplan Open Publiceren Leermaterialen

    Dit SURF-stappenplan behandelt alle stappen die een instelling moet doorlopen om materiaal uit een bestaande repository vrij beschikbaar te maken. Stap twee geeft houvast bij het bepalen welke Creative Commons-licentie moet worden toegepast op zelf ontwikkeld leermateriaal. Hiermee behoud je als maker de auteursrechten. Je biedt anderen de mogelijkheid om jouw werk te bewerken, publiceren, kopiëren en verspreiden, zolang ze zich houden aan de voorwaarden die je zelf stelt. Het bevat ook een overzicht van de bouwstenen waaruit CC-licenties zijn opgebouwd.

    Bron "Stappenplan Open Publiceren Leermaterialen" openen

Infrastructuur

Infrastructuur is een randvoorwaarde. De volgorde van deze stappen zou kunnen suggereren dat het beschrijven van de  infrastructuur minder belangrijk of van latere zorg is dan bijvoorbeeld het stimuleren van delen en hergebruik. Dit is geenszins het geval. Zonder infrastructuur valt er niets te delen of te hergebruiken. Met de juiste infrastructuur is het mogelijk te zoeken over meerdere aangesloten repository’s.

Onder het kopje ‘Infrastructuur’ beschrijf je de technische infrastructuur die nodig is om eigen leermaterialen te delen. Ook voor hergebruik is infrastructuur nodig. Het is aan te raden om dit apart te benoemen. Houd rekening met het feit dat de materialen ook makkelijk moeten kunnen worden hergebruikt.

Zonder infrastructuur valt er niets te delen of te hergebruiken.

Metadatering

Geef aanbevelingen over de plekken waar wordt gedeeld (bijvoorbeeld de eigen website, YouTube, SURFsharekit), de manier waarop de materialen vindbaar worden gemaakt (bijvoorbeeld via Edurep) en licensering. Ook moeten er zaken worden vastgelegd met betrekking tot metadatering, eveneens voor de vindbaarheid. Dat is een complex onderwerp. Gelukkig bestaan er de nodige standaarden.

Keurmerken

Maak bij deze stap ook een keuze over het al dan niet voorzien van leermateriaal van een keurmerk. Een keurmerk is een kwaliteitsstempel dat je kunt toekennen aan lesmateriaal. Aan een keurmerk kun je zien dat het voldoet aan de voorwaarden van een kwaliteitsmodel. Het wordt zo makkelijker om geschikt materiaal te vinden. Zorg dat dit model en de uitleg ervan ook toegankelijk zijn. Deze keuring kan uitgevoerd worden door docenten (peer review), studenten of bibliotheekmedewerkers.

Digitale leeromgeving

Het optuigen van een infrastructuur vindt niet plaats in een vacuüm. Veel hogeronderwijsinstellingen buigen zich momenteel over een nieuwe inrichting van de digitale leeromgeving. Het idee is dat een dergelijke leeromgeving zó flexibel is, dat tools en applicaties makkelijk te integreren en uit te wisselen zijn. De centrale positie van het learning management systeem (LMS) vervaagt hiermee.

Dit heeft direct invloed op het beleid voor het delen en hergebruik van leermaterialen. Wat is de relatie tussen de repository en het LMS? Hoe vinden de eigen campusstudenten de weg naar open leermaterialen via het LMS? Betrek degenen die zich met de ontwikkeling van de digitale leeromgeving bezighouden bij dit hoofdstuk van het beleidsdocument.

Ton Gloudemans

Ton Gloudemans

Wat in ieder geval niet mag gebeuren, is dat je moet publiceren en vergaren in één systeem en daarna het onderwijsmateriaal moet kopiëren in een geheel ander systeem.
Ton Gloudemans, Inholland

Expliciete vraag naar eenheid

Ton Gloudemans, informatiemanager onderwijs en onderzoek bij Hogeschool Inholland, zegt: “Het gemeenschappelijk managen van het onderwijsmateriaal moet naadloos aansluiten op het LMS. Wat in ieder geval niet mag gebeuren, is dat de docent moet publiceren en vergaren in één systeem en daarna het onderwijsmateriaal moet kopiëren in een geheel ander systeem. Bij de marktverkenning voor een nieuw LMS hebben we deze vraag expliciet uitgezet bij de leveranciers.”

Bronnen

  1. Tool Stappenplan Open Publiceren Leermaterialen

    Dit SURF-stappenplan behandelt alle stappen die een instelling moet doorlopen om materiaal uit een bestaande repository vrij beschikbaar te maken. Op pagina 8 staat het metadateren beschreven. In Nederland bestaat er een standaard voor het beschrijven van leermateriaal: NL-LOM. Met behulp van deze verzameling metadata kan educatieve content gemakkelijk worden verzameld, geordend en toegankelijk worden gemaakt voor de lerende, ook internationaal. NL-LOM staat op de lijst van ‘pas toe of leg uit’—standaarden voor overheden en semi-overheden.
    Verplichte labels zijn:

    • Titel
    • Taal
    • Beoogde eindgebruiker (leerling/student of docent)
    • Beoogde leeftijdsgroep (bijvoorbeeld 18-24 jaar)
    • Kosten (ja/nee)
    • Auteursrechten en andere beperkingen (ja/nee)

    Daarnaast zijn er enkele aanbevolen labels, zoals Omschrijving en Sleutelwoorden.

    Bron "Stappenplan Open Publiceren Leermaterialen" openen
  2. Publicatie OER consortium Technical concerns

    Deze bron richt zich op technische overwegingen voor het ontwikkelen en publiceren van open leermaterialen. Het artikel beschrijft stappen die een individuele medewerker moet zetten. Het gaat onder andere over de keuze voor publiceren op het juiste platform (op een instellingsrepository of een externe repository zoals MERLOT). Ook aan de orde komen tools voor het automatisch ondertitelen van een video of het vertalen van gevonden digitale materialen. Je kunt de links naar open leermaterialen bijvoorbeeld aanmelden bij zoekmachines gespecialiseerd in open leermaterialen.

    Bron "OER consortium Technical concerns" openen
  3. Publicatie OER: Technical and data management considerations

    JISC geeft een overzicht van stappen op het gebied van infrastructuur die een hogeronderwijsinstelling die open leermaterialen wil publiceren en delen moet doorlopen. De stappen zijn: beschrijving van de materialen, het kiezen van een repository voor opslag van materialen, ontsluiting, tracking van het gebruik. Vanuit het overzicht wordt doorverwezen naar bronmaterialen. De site wordt niet meer onderhouden sinds september 2016.

    Bron "OER: Technical and data management considerations" openen
  4. Voorbeeld OER strategy University of Leeds

    Op basis waarvan bepaal je waar welk materiaal wordt gepubliceerd? Je kunt de structuur van het bestand als uitgangspunt nemen, maar ook de financiering. Het komt bijvoorbeeld regelmatig voor dat bij een subsidie de voorwaarde wordt gesteld dat publicatie plaatsvindt op een voorgeschreven plek. Zie bijvoorbeeld de strategie van de University of Leeds. Deze universiteit heeft aparte voorzieningen ingericht voor audio- en videomateriaal en tekstgebaseerde of interactief materiaal. Daarnaast kan het voorkomen dat een subsidie leidt tot een alternatieve publicatie.  Zie pagina 3.

    Bron "OER strategy University of Leeds" openen
  5. Publicatie Op zoek naar technologie om open leermaterialen effectiever te delen en te vinden

    SURFnet verkent in dit artikel de technische mogelijkheden om docenten minder lang te laten zoeken naar geschikt open leermateriaal.

    Metadateren

    Op het gebied van (semi)automatisch metadateren zijn er een aantal mogelijkheden:

    • houd het bij zinvolle metadata;
    • maak gebruik van standaarden;
    • trek de technische metadata automatisch uit een bestand;
    • zorg voor zo veel mogelijk vooraf ingevulde velden;
    • haal metadata over de docent en het vak uit de digitale leeromgeving;
    • maak waar mogelijk gebruik van software voor spraakherkenning.

    Vindbaar maken

    Op het gebied van het vindbaar maken van open leermaterialen geeft het artikel de volgende suggesties:

    • laat gebruikers al dan niet automatisch profielen aanmaken voor het doen van aanbevelingen;
    • bied aanbevelingen op basis van zoek- en kernwoorden;
    • verrijk de zoekinterface met aanbevelingen op basis van welke leermaterialen er wereldwijd worden bekeken;
    • maak gebruik van referentiesoftware zodat docenten makkelijk naar de bron kunnen verwijzen.
    Bron "Op zoek naar technologie om open leermaterialen effectiever te delen en te vinden" openen
  6. Publicatie Visiedocument Sharekit SURFnet

    Volgt a.s.a.p.

    De huidige versie van SURFsharekit is te vinden in deze bron.

    Bron "Visiedocument Sharekit SURFnet" openen
  7. Publicatie Thema-uitgave Van onderwijsvisie naar de inrichting van de digitale leeromgeving

    De inrichting van de digitale leeromgeving hangt nauw samen met de infrastructuur die voor open leermateriaal moet worden opgetuigd. SURF heeft hier een aantal publicaties aan gewijd. In deze thema-uitgave staan zes cases beschreven van instellingen die hun digitale leeromgeving opnieuw vormgeven of herinrichten aan de hand van hun onderwijsvisie. Waar moet de digitale leeromgeving tegenwoordig aan voldoen? Hij moet studenten in staat stellen om zelf de verantwoordelijkheid voor het leerproces op te pakken. Dit vereist onder meer dat de digitale leeromgeving leerbronnen toegankelijk maakt en instrumenten aanreikt om hiermee aan de slag te gaan. Tevens moet het ruimte bieden aan uitbreiding en verrijking van content. Zie pagina 6.

    Bron "Thema-uitgave Van onderwijsvisie naar de inrichting van de digitale leeromgeving" openen
  8. Publicatie Notitie Flexibele en persoonlijke leeromgeving: een modulair functioneel model

    Deze technische notitie, geïnitieerd door SURF, is bedoeld voor mensen die zich bezighouden met de implementatie van de digitale leeromgeving. De doelgroep bestaat uit (technisch) projectleiders, technisch/functioneel beheerders, informatiemanagers en architecten. Het beschrijft uit welke gegevens en functionaliteiten de losse componenten van de flexibele en persoonlijke leeromgeving bestaan, hoe ze samenhangen en hoe ze met behulp van standaarden samenwerken.

    Bron "Notitie Flexibele en persoonlijke leeromgeving: een modulair functioneel model" openen