Etienne Verheijck

Interview met Etienne Verheijck

Universiteit van Amsterdam

Over Etienne Verheijck

Etienne Verhecijk is vice-provoost van het Centre for Innovation and Learning and Teaching (CILT) van de Universiteit van Amsterdam.

UvA: Logisch onderdeel van innovatie

Het Centre for Innovation and Learning and Teaching (CILT) van de UvA is bezig om grootschalige onderwijsvernieuwing te stimuleren en faciliteren, met de nadruk op blended learning. Dat was de aanleiding voor Peter van Baalen, hoogleraar Information Management and Digital Organisation, en vice-provoost Etienne Verheijck om goed na te denken over het openen van het leermateriaal. Verheijck zegt: “Dit gaat hoe dan ook op ons pad komen, was bij ons de gedachte. We ondersteunen docenten om hun onderwijs opnieuw vorm te geven. Hoe faciliteren we dan meteen dat er open wordt gedeeld en hergebruikt?”

Hoe open willen we onze onderwijsmaterialen delen? Wat betekent open eigenlijk voor ons?

Formeel regelen

De op handen zijnde onderwijsvernieuwing was dus aanleiding om het delen en hergebruik van open leermaterialen formeel te gaan regelen. Er komen nogal wat vragen bij kijken. Verheijck somt op: “Wat regelen we op het gebied van infrastructuur en auteursrechtelijke problemen? Hoe open willen we onze onderwijsmaterialen delen? Wat betekent open eigenlijk voor ons?” Hij maakte een ronde langs Nederlandse hogeronderwijsinstellingen om te zien wat er al bestond op het gebied van beleid voor het delen en hergebruik van online leermaterialen. Niet veel, zo bleek. Voor CILT was dat de aanleiding om dan zelfstandig beleid te formuleren voor een ontwikkeling die in de ogen van de UvA niet kon uitblijven.

Inbedding door koppeling met blended learning

Bij de UvA is het delen en hergebruik van open leermaterialen nadrukkelijk ingebed in onderwijsvernieuwing. “Door beleid voor open leermaterialen te koppelen aan onderwijsvernieuwing en blended learning, krijgt het een logische plaats,” zegt Etienne Verheijck, vice-provoost van CILT. “Blended learning is een tool om je onderwijs te gaan vernieuwen. Maar dat doe je niet geïsoleerd, maar vanuit een nieuw curriculumontwerp, waarin open leermaterialen een rol spelen. Dat is de insteek die we vanuit CILT hebben gekozen.”

Door beleid voor open leermaterialen te koppelen aan onderwijsvernieuwing en blended learning, krijgt het een logische plaats.

Van kennisoverdracht naar ondersteuning

Verheijck ziet de ontwikkeling van open leermaterialen in een breder perspectief. De herwaardering van het vak van docent speelt daarin een grote rol. “De rol van docent gaat de komende jaren veel meer richting ondersteuner en facilitator van het leerproces,” zegt hij. “Voor kennisoverdracht hebben we al het andere. Laat docenten de grote lijnen uitleggen, verbanden aangeven, verdiepende discussies aangaan met de studenten en feedback geven op het leerproces. In de interactie tussen studenten en docenten krijgt open leermateriaal dan een logische plek.”

Open waar het kan

Etienne Verheijck schrijft een beleidsdocument over de omgang met open leermaterialen op de UvA. Hij zal tegenover het CvB van de UvA pleiten voor een algemeen standpunt dat luidt: Deel open daar waar het kan en houd gesloten waar het moet. Verheijck zegt: “Je kunt niet al het onderwijsmateriaal in één keer open beschikbaar maken. Dat zou veel te veel weerstand oproepen en de onderwijsvernieuwing die we voorstaan in de weg zitten. Dit lijkt me een werkbaar statement voor de komende periode.”

Maak het docenten zo makkelijk mogelijk.

Faciliteer op laag niveau

Een waarschijnlijk tweede statement luidt: Faciliteer waar het kan op laag niveau. Verheijck licht toe: “Maak het docenten zo makkelijk mogelijk. Stimuleer docenten, faciliteer, zet kaders. De repository met open onderwijsmateriaal moet voor docenten eigenlijk niet te onderscheiden zijn van hun werkomgeving. Je moet er makkelijk kunnen aangeven onder welke vorm je eigen materiaal gedeeld mag worden: binnen de faculteit, over de faculteit heen, binnen de opleiding, binnen je eigen doelgroep, naar studenten, naar docenten, of volledig open. Faciliteer de inhoud: wat betekent CC voor docenten?”

Geen dogma’s

Tijdens een studiereis in het Verenigd Koninkrijk hoorde Verheijck van Britse hogeronderwijsinstellingen vooral dogmatische statements, bijvoorbeeld: Al ons leermateriaal is verplicht open. Dat is niet haalbaar of zinvol, vindt hij. “Alles open maken, betekent niet dat het daadwerkelijk effectief gebruikt kan worden. In het University College of London zijn ze daar ook op teruggekomen. Het wekte te veel weerstand op. Nu doen ze het gefaseerd. Ook bedden ze het in in een bredere gedachte en gebruiken ze het uitgangspunt van research based education. Net als wij gebruiken ze onderwijsvernieuwing om het onderwijsmateriaal daadwerkelijk te openen.”

Kweken van bewustwording

Het kweken van bewustwording vindt aan de UvA trapsgewijs plaats. Etienne Verheijck schrijft vanuit zijn rol als vice-provoost van CILT een notitie voor het College van Bestuur van de UvA. De notitie moet hen bewust maken van de mogelijkheden en uitdagingen rondom open leermaterialen. “Naar verwachting onderschrijft het CvB de inhoud van de notitie, omdat het wordt gedragen door het onderwijs zelf,” zegt hij. “In het ideale plaatje wordt een instellingsvisie vastgesteld en krijgen wij een opdracht terug. Daarin staat hopelijk dat CILT het verzoek krijgt om de decanen en onderwijsdirecties meer bewust te maken van wat open onderwijs betekent en waar de kwaliteitswinst voor het onderwijs en de faculteit zit. Hun commitment voor het openen van onderwijs is noodzakelijk om tot de gewenste cultuurverandering en een duurzame inbedding te komen.”
Van bovenaf moet het nut en de noodzaak gevoeld worden, van onderaf moeten dus docenten bewust worden van de kansen die open leermaterialen bieden. Verheijck: “Van bovenaf bewustwording creëren, is relatief eenvoudig, omdat de lijntjes wat korter zijn. Het bereiken van de docenten is een grotere uitdaging.”

Het commitment van decanen en onderwijsdirecteuren voor het openen van onderwijs is noodzakelijk om tot de gewenste cultuurverandering en een duurzame inbedding te komen.

Zendingswerk

CILT organiseert een serie bijeenkomsten waar aandacht wordt gevraagd voor de consequenties van het open aanbieden van onderwijsmaterialen. “Wat zijn je voordelen en nadelen? Hoe willen we hier als organisatie mee omgaan?” somt Verheijck op. “Dat is de bewustwording die we op centraal niveau willen bereiken. Daarnaast zal er nog veel zendingswerk moeten plaatsvinden op facultair niveau.” Het CvB moet ervoor zorgen dat de decanen actief gaan nadenken wat de faculteiten willen doen rondom open leermaterialen. Het statement ‘open waar het kan’ moet op facultair niveau worden geëxpliciteerd.

Meerwaarde

Verheijck noemt het vooral van belang dat docenten zich bewust worden van de meerwaarde. “Vandaar ook de inbedding in blended learning. We laten zien dat het meerwaarde heeft om je eigen onderwijs open aan te bieden. Je kunt gebruikmaken van andermans open materiaal dat je in je eigen onderwijs kunt inzetten. Op het moment dat die bewustwording er is, wordt het meer natuurlijk om het te doen. Er zijn nu nog grote verschillen tussen faculteiten in de mate van bewustwording.”